senegal5

Ik was in Senegal. Ik hield wat gedachten bij, zo vlak voor nieuwjaar. Ik stak ze in een plastic zakje om thuis te laten zien en moffelde tussen stoffige T-shirts en zanderige kousen in de hoek van een koffer. Ze waren los en toen ik thuiskwam hadden ze zich in elkaar vastgebeten tot een nieuwjaarsbrief.

DAKAR, december 2009. Ik ben hier op tournee met tArsenaal. We spelen het stuk Febar, een theaterstuk over de clandestiene migratie van Senegal naar Tenerife. Je kan die nog gaan bekijken op Theater Aan Zee in 2010. Een ander soort blog en meer over febar lees je op vind je op http://www.tarsenaal.be/documents/seizoen-0910/febar/febar-dagboekkristin.xml?lang=

11/12/2009 ZAVENTEM ENZO

Luchthavens zijn gedroomde plekken om zich af te vragen waar het allemaal naartoe gaat. Er wordt niet geleefd, er lopen geen inboorlingen, het zijn geen plekken. Ze zijn van niemand. De enkeling die in transit leeft bevestigt dat alleen maar, daarom is hij enkeling en daarom heet het transit. De Franse filosoof Marc Augé noemt het non-places, onplekken, ze hebben niks wat ons ermee bindt. Ze zijn van niemand, ze horen bij niemand en je kan er geen identiteit van schrapen. Je haalt er niets uit, het geeft niks terug. Je bent een homp vlees die wordt getransporteerd van een hot naar een her. Luchthavens zijn als supermarkten, benzinestations en hotellobbys. Sluizen zijn het, overgangsbruggen in de tijd en in de ruimte, nooit een doel.

De professionelen van het transport beslissen er voor jou en je drijft met de tijd als plastic zakjes in een stroom of in de wind.

senegal1

Er zakt me steeds weer een vreemde rust in de botten eens de controles voorbij en je al ergens anders bent. Je bent niet meer in je land, in een land, want je bent al gedecontroleerd en nog niet opnieuw bevestigd in je status van ergens te zijn. Je koorddanst op een hele brede grens. Je bent een ten hoogste een grensgeval. Je hebt geen bagage meer, want die reist parallel, niet met jou. Er is geen verschil meer tussen hier en daar, je bent een transitoir object. Je bent nergens tenzij onderweg. En onderweg is een vreemde plek waar je niet te vinden bent. Je wordt als de kat van Schrödinger, want als je kijkt dan ben je weer ergens anders: in een gate, op een vloer die je verplaatst, op een brug, in een zetel die met duizelingwekkende snelheid in een niemandslucht wordt meegenomen.

Je boardt, je schuift voetjesaan het vliegtuig in, je prest je handbagage en je benen waar er wat plaats voor is voorbehouden - dat heb je wel. Je kijkt door ooghoeken wie naast en voor je zit, je schuift de dingen die je nog bij je wilt houden in een vakje met daarin ook een shoppingkeuze van ontaksbare goederen (het ultieme bewijs dat je nergens bent, je bent onbelastbaar geworden voor een tijdje). Er heersen andere regels, je hebt je vrijheid van handelen en bewegen opgegeven in ruil voor wat drankjes in een plastic bekertje, een plateau met versnaperingen en de magie van een nieuwe onplek van bestemming te ontdekken die je met hervonden bagage en hervonden vrijheid uitspuwt in een ander land, op een ander continent.

Ja, de vlucht was vlot. Neen, niet geslapen. De film? Big Momma’s House, een onding dat niet synchoniseerde met mijn ipodmuziek. Het lijkt alsof ook je hersenen een zuurstoftekort moeten krijgen als je de filmpjes voor en achter de hoofdfilm bekijkt. Onrustige kinderen voor ons, Côte Rousillon, iets te koud, in een klein flesje. Vriendelijke dames die ons geparfumeerde doekjes brengen. Stukje Sahara door het venster. Klein applausje na de landing. De transit op de volgende onplek is korter, verbazend veel korter, dan ben je weer ergens. Dakar.

12/12/2009 LOUGA - VERPLAATST

senegal2

Louga. Was er nooit geweest. Een kalm provinciehoofdstadje dat nu aan mijn riem hangt naast de andere scalpen van bezochte steden waar je nooit had willen zijn. Niet omdat je dat niet wou, maar wie kijkt op een kaart en denkt: hmmmm, Louga, ziet er nietsbetekenend uit, daar wil ik eens naartoe. Dat ‘niet willen’ is geen kwestie dat je het zou willen vermijden, het is een plek waar het ‘willen’ niet in je opkomt.

Noord Senegal, een uurtje van Saint Louis, transit voor wie er niet leeft, werkt of geboren is. Het was twee uur voor we hier vannacht aankwamen en de tijd is in ons lijf gekropen als het zand van de weg in de vezels van onze kleren.

Waarom moet alles hier zo lang duren? Waarom hebben we zolang in een ambassade gewacht op een koffie? Waarom heeft die politieagent ons een half uur gecontroleerd? En die andere. En nog een. Er zijn antwoorden, maar we kijken liever vanuit onze eigen bril, onze eigen kleine wereld en onze eigen beperkte kadertje. Laat alles duren, want ondertussen gebeurt er toch weer van alles, worden bakens verlegd, verstrijkt er tijd en drijven er gedachten en ervaringen, overwegingen en tegenwerpingen voorbij. De oplossing voor de aan ons zo eigen onrust is om die drift van dingen die voorbij gaan te laten voorbij gaan tot er zich oplossingen en bevrijdingen aandienen. Het vreemde is dat ik dat alleen hier kan, een vreemde rust.

En waarom is de ringweg, de nieuwe weg die ik twee jaar eerder in aanbouw zag en waar we toen wat schamper over deden nu zo vol, om 10 uur ’s avonds? Ik heb de wegen van de luchthaven van Dakar nog in zanderige staat gezien, nu wordt het een autoroute de péage. Ook de Afrikanen zullen betalen voor hun vooruitgang, voor hun recht vooruit te komen, zich te verplaatsen aan hogere snelheden dan de paardenkar of het voetschuifelende trekken over het zand in teenslippers. Westerse beschaving, zou je denken?. Ach neen, het zijn de Chinezen die hier het asfalt komen droppen.

Autoroute. Nu al zijn er zandsporen getrokken naast de weg en staan we regelmatig stil, doen erg lang over de weg tussen Dakar en Rufisque (ja, ze zijn aan het werken aan de snelle verbinding naar het Zuiden). De lichten van de wagens zoeken zich een weg door de mist van stof en CO2 die over de weg hangt, de geur van net niet voloende verbrande benzine doet naar adem happen. Welk weer is het in Kopenhagen? Hier is het fris, zo’n 25 graden, droog en briesjesweer.

Hoe ver is het nog? Is er een nostalgie naar een verbrandingsmotorvrij Afrika die terecht zou kunnen zijn?

De uren tussen Rusfisque, Thies en Louga lopen voorbij in de strepen op de weg. Als er geen landschap is, wordt je lichaam weer het lichaam dat je in het vliegtuig en de luchthaven hebt overgegeven aan de diensten van de verplaatsing, aan de goden van de vreemde transformatie ergens te komen waar je zelf niet naartoe bent gegaan. Transit.

We hebben niet gereisd, we zijn verplaatst. Reizen is zien waar je bent, is voelen hoe de dingen geleidelijk veranderen en ruiken welk nieuw parfum zich aan je zal vastklampen.

13/12/2009 LOUGA - DE WERELD IS KLEIN

senegal3

Er is gedoe geweest gisteren. Geen erg gedoe. Gewoon gedoe. Gedoe des mensen. Hier is dat wachten en uitkijken naar de volgende stap, een volgende beweging.

Afwachten wie de eerste spier in gang zet. We hebben gewacht op gedoe, gehoopt op gedoe, er waren mensen, we hebben handen geschud en elkaar getaxeerd op humor, op aanpassingsvermogen, op taal, op afkomst, op ervaring, op dromen en op kundes. Op compatibiliteit en of we tien dagen later elkaar beter zullen kennen of net niet, of we het meteen maar zouden opgeven of het een makkie wordt. We hebben wat gemurmeld aan verwachtingen en de meters bijgesteld van de dromen, zo gaat dat als je in een groep reist.

We zijn geld gaan afhalen en hebben water en bananen gekocht, een mevrouw heeft ons een pindasnoepbar verkocht, met honing bij elkaar gehouden, licht gebrande pinda’s, eigen recept. Er waren vissen om te eten en penne allarabiata ’s avonds bij Mama Italia, we maken kennis met wie we nog niet kennen.

Cecile, een Waalse van Congolese afkomst, uit Rosière, cameravrouw voor Voxafrica zit naast me die avond. We toetsen elkaar wat af, we vinden een gemeenschappelijke kennis. Je zou zeggen: de wereld is klein, maar dat is niet zo. Wij zijn klein, omdat we doorgaans te weinig bewegen. Maar het kan net zo goed betekenen dat we groot zijn, en zo onze wereld klein hebben gehouden. Alles is een kwestie van verhoudingen, als het ene klein is, moet het andere wel groeien. In realiteit zijn we gelijk, wij en onze wereld, het kan niet anders. We zeggen dat alleen maar – onze wereld is klein – om ons ervan te weerhouden in toeval te gaan geloven of onze beperkingen te gaan inzien. We dromen ervan dat onze wereld, waar we ook gaan, klein zou kunnen blijven.

13/12/09 LOUGA BY NIGHT

senegal4

Hier zitten we dan te typen in een wat kale hotelkamer, ik heb een muziekje opgezet met progressieve Oostenrijkse jodelmuziek. Misschien uit wroeging. Ik heb gisteren voorgesteld dat ze voortaan chalets zouden verbieden en het skiën uit het land zouden bannen. Ik denk dat mijn voorstel veel kans maakt. Maar ik besef plots dat dit Oostenrijk wat oneer zou aandoen en dat die niet moeten lijden voor wat de Zwitsers in hun referenda roepen. Hoewel. Voor wie interesse zou gekregen hebben: de muziek is van Hubert von Goisern, een tegendraadse balorige jodelaar, in een vroeger leven nogal harde gitaarrocker.

Maar goed, we zitten dus in Louga, de dag is lang geweest en Febar is nu officieel in Afrika in première gegaan, een continentale première, voor een vrij vlot gevulde zaal. Felle voorstelling, had ik de indruk. Zo dicht bij de problematiek spelen heeft zo zijn eigenaardigheden, die misschien vooral in ons hoofd zitten. Pudeur toch, het is altijd makkelijker te spelen met afstand, met een paar passen afstand.

Ik heb zelf vorige zomer een nogal ironisch lied uit mijn lijst gezwierd waarin een chauffeur van de Lidl voorkomt toen een zwaar getatoeëerd heerschap met een Lidl T-shirt opvallend niet stond te luisteren vlakbij. Het recht op ironie is niet universeel, denk ik dan, ik moet die man tegen mezelf in bescherming nemen. Ik heb iets anders gespeeld, waar hij ook niet naar luisterde.

En dus speelden we Febar in een zaal in Louga, met schoolmeisjes die enkele rijen vulden en alle stoelen vol met een stil en geconcentreerd publiek. En buiten in het rustige en wat saaie dorp (dat de voorstelling inkwam met flarden geluiden van buiten: een muezzin, getoeter, een geit, stemmen) worden plannen gesmeed om de boel hier achter te laten, zoals wij naar de Provence willen. Of is er toch een verschil?

Een klein ventje kwam bij de discussie achteraf vragen wat zij (de kinderen dus) eraan konden doen, en dan denk je dat zijn leraar hem dat ingefluisterd heeft. Misschien ook niet. Het antwoord is in ieder geval altijd onvoldoende, want de problematiek van de clandestiene migratie valt niet in een een categorie of slogan te vatten.

Het heeft ook niet zozeer alleen te maken met extreme armoede maar met een amalgaam van verwachtingen, beeldvorming, dromen, sociale druk (van de familie, van de andere jongeren, van de meisjes), met ontsnappen aan de wurgende greep van sociale verplichtingen en met iets dat zoveel voedsel heeft gekregen dat het uit hun voegen barst: verlangen, verlangen naar beter. Het verlangen beter te doen dan de vorige generatie, datzelfde verlangen dat we van onze ouders en grootouders hebben gehoord en we nu allicht zullen moeten laten voor wat het is in ons werelddeeltje. Kunnen we dat verlangen aan deze mensen ontzeggen nadat we de hele wereld hebben bezet en gekoloniseerd en nadat we hen nu het recht op evenveel CO2-uitstoot willen betwisten (CO2 uitstoot is tenslotte een synoniem voor de ‘ontwikkeling’ die we hier al decennia proberen te installeren) ?

Gaat dat jongetje iets doen? En wat dan? Zal hij zelf proberen weg te raken, ooit? Zal hij zoals zovelen hier iets van zijn land, zichzelf en zijn leven proberen maken of krijgt hij ‘kansen’ en wijkt hij toch nog uit. Zal hij misschien geroepen worden om voor ons pensioen te komen werken?

Deze namiddag Margot gezien, ze werkt in Thiés aan een overlegstructuur voor streekontwikkeling en ruimtelijke planning om gecoördineerd het milieu in het Plateau van Thiés aan te pakken (130 kilometer van hier). We hebben veel gepraat, ik leerde haar vluchtig kennen bij een BTC-cursus waar ik een module kunst en ontwikkeling gaf, sindsdien proberen we contact te houden, ze voelt aan haar water dat haar problematiek kan losgeweekt worden van de gangbare en soms vastgeroeste en ingewikkelde formules en formuleringen met een kunstenproject. Ik denk dat ze gelijk heeft.

We wisselen adressen en netwerkconnecties (een andere term voor nuttige vrienden) uit, we wandelen in de zon een eindje rond, we drinken een fles water. We eten een thiboudienne, een gekruide visschotel met groenten. Ze heeft Febar al eens gezien, vorig jaar. Dan verdwijnt ze na de voorstelling met haar vriend om een rit te gaan zoeken naar Thiès. Ik hoop dat het vluchtiger klinkt dan het was, er zijn meer dwarse denkers nodig hier die beseffen dat het hele idee van ontwikkeling weinig met eenduidige economische of sociale of politieke structuren en formules te maken hebben maar met de gehele mens en niets minder en met zijn gehele omgeving waar je niks kan uitfilteren zonder de realiteit geweld aan te doen.

Morgen naar Saint Louis, of beter: straks. Het is laat, de cd met onze Oostenrijker loopt op z’n eind, mijn kamermaatje Dieter facebookt, de adrenaline van de voorstelling is stilaan uitgewerkt, tijd om te slapen. Waar is de muggenmelk ?

'''LEES VERDER'''