Wachten. Waarom gaat het wachten me hier beter af? Hoe is dat gekomen, dat wachten? waarom spreidt het zich als een lichtvlek in een stofwolk uit over de dagen? Je landt en je hoopt de geur op te snuiven van het land of het continent, na weer enkele jaren, en je wacht aan de vliegtuigdeur.
Je wacht voor een hotel. Er is een voetpad met twee of drie tegeltjes, dan gaat het dertig centimeter naar beneden en dan is er zand. Een weg breed zand. Daarachter een soort braakland, met in de verte enkele baobabbomen. Eén grote, de andere los als de zwarte plastic zakjes in het landschap gegooid. Daarin af en toe een figuur in kleurrijke kleren die zich beweegt van de ene kant naar de andere, iemand met een doel, die een wandelpad schijnt te volgen. Of er loopt een vijftal geiten die hetzelfde doen en daarbij geen struik onbenut laten. Magere, schichtige katten sluipen voorbij, de zon klimt tegen haar dak aan.
Zo gaat de tijd voorbij. Je hebt een stoel buiten geschoven en een laptop op je schoot die opwarmt (de laptop én je schoot). Straks komt het busje dat het decor en de verlichting alvast is gaan laden. Straks. Het woord hoort bij wachten als een put in de weg.
Je kijkt eerst uit, maar je nek strekken hou je niet lang vol, daarvoor weegt je hoofd teveel. Je gaat zitten en staat recht, iemand heeft gebeld. Voor je het weet ben je aan het wachten, of beter: je weet vaak pas dat je hebt gewacht als het gedaan is hier.
Anderhalf uur heb je daar gezeten. Met anderen naast je, die af en toe hebben gesproken. Wachten is praten in korte zinnen, in tijd die van niemand is, het noopt tot confidenties maar ook tot nietszeggende uitwisselingen van frasen.
- Ça va ?
- Ça va
- Niet te moe?
- Nee
- Lekker, he, dat briesje
- Ja, hoeveel graden zou het zijn?
- 25?
- Zoiets ja
Het is alsof je er op let geen uitvoerige conversaties aan te gaan omdat ze elk moment afgebroken kunnen worden door waar je op wacht. Alle tijd is in reserve, ze is verkregen bij gratie van een verwachting, iets dat zal gebeuren. Later. Straks
Dan komt het busje en brengt je naar Saint Louis. De technische ploeg gaat een dag vol discussies en oplossingen te lijf met de overgave van een Paris Dakar rijder die net zijn remmen is kwijtgespeeld. We rijden naar het centrum om daar te wachten op het moment dat we zelf kunnen in actief komen, we gaan hotelkamers versieren en even in de stad rondlopen, met onze neus aan de vissers en de wind ruiken, de boten schouwen, het strand voelen.
En je neemt je spullen om terug naar de speelplek te gaan, een rotondegebouw van de universiteit, je soundcheckt, je bent een uur voor de voorstelling klaar. Je wacht.
Je staat voor de ingang vanwege het briesje.
- bonjour monsieur, ça va ?
- ça va et toi ?
- ça va, wat gaat hier gebeuren?
- We spelen een theatervoorstelling over de clandestiene migratie
- En er is niemand?
- Nog niet
- Wanneer begint het?
- Tien minuten geleden
- Bon, het is erg, studenten zijn tegenwoordig erg ongeïnteresseerd
- Hoe komt dat
- Ik weet het niet, ik ben pas vandaag toegekomen op de campus. Ik hoorde dat er een staking was
- Waarom?
- Weet ik niet
- Kom binnen, we beginnen straks.
- Nou nee, ik heb afgesproken, misschien later
En er komen mondjesmaat enkele studenten binnen, en even mondjesmaat gaan ze weer buiten. Je hangt rond aan een andere ingang.
- bonjour monsieur, ça va ?
- ça va et toi ?
- ça va, wat gaat hier gebeuren?
- We spelen een theatervoorstelling over de clandestiene migratie
- Ah bon, ik ben ook een beetje een acteur
- Kom dan maar kijken
- Tsja… ben je getrouwd
- Ja
- Ik ook, maar het gaat niet zo goed
- Tsja, je moet daar wat geluk in hebben zeker
- Ja…. vanwaar ben je?
- Van België
- Aaaaaah België. Ik ken iemand vandaar, Ronaldo
- ?
- Hij is een goede vriend, hij komt af en toe naar hier
- Ah ja ?
- Hij heeft veel vrienden hier, allemaal jongetjes
- Ah bon
- Wat doe je vanavond?
En je gaat weer binnen rondhangen. Een uur nadat we hadden moeten beginnen is de zaal vol gelopen. We zijn klaar voor het werk. Maar er zijn nog twee kleinere voorstelling, voor Younouss in de huid kruipt van een bootvluchteling in de hel doen studenten nog wat: een komedie over de gelijkheid van mannen en vrouwen (grappig) en een travestieparodie van een MTV programma. De mensen lachen zich een kriekenboom. Een kwartier later is het muisstil en zitten ze mee met je op de boot naar Tenerife.
Er is na de voorstelling wat te eten voorzien en je denkt: dat wordt weer wachten. Maar alles gaat merkwaardig snel en vlot. Er gaat je een licht op: als je niet gewacht hebt, heeft iemand anders wat gedaan.
Het is 5 uur. De kamer gonst een beetje, het is warm maar het muskietennet doet zijn werk. Buiten begint de eerste muezzin aan zijn omroepwerk. Ik word half wakker. Het is alsof het anders klinkt hier, trager, meer woorden alsof er een bandje opstaat dat uitgerokken is. Een tweede muezzin zet in, in een lichtjes andere toonaard. Ik hoor de eerste muezzin zijn eigen toonaard verlaten. De tweede volgt in een trage litanie. Een derde voegt zich bij het gezelschap, net zo langdradig en lang niet zo toonvast als beginselvast. Ze kronkelen zich door elkaar in door de neus geramde klanken, door fijne rietjes versterkte megafoonklanken, zwalpen door halve toonhoogtes en klinken als een onzeker koor van elkaar niet horende polyfonisten. Ze kronkelen tegen elkaar op en zetten een hoge zangborst op, maar Saint Loiuis lijkt niet echt gezegend met veel zangtalent.
Dan gebeurt het.
Onder ons venster is er een vierde (of vijfde) partij die zijn zang inzet. Kukelekuuuuuu !!!!!!! De haan wint het van de anderen, ik ben nu helemaal wakker. Pas een half uur later zal ik terug inslapen, als ik uitgelachen ben en de haan besloten heeft dat het al ochtend genoeg is. Concurrentie is nooit echt goed voor de artistieke expressie.
Ochtend. Negen uur voor de deur van het hotel, dan iets gaan eten want de benedenverdieping is in renovatie en dus geen ontbijt. Zo hadden we het gepland.
Ochtend, tien uur voor het hotel. Het busje komt niet. Ja, het komt wél. Het is al een tijdje onderweg zelfs. Eerst kijk je uit. Dan naar beneden. Dan ga je rondhangen met iedereen. Je neemt een foto van het trieste terras: een zeteltje en een oud tegen de muur aangeleund tafeltje van riet.
Je wacht. Je wandelt wat rond tot aan de rivier, daar ligt een boot half gezonken op een photo opportunity te wachten en even verder op het strand ligt iemand te slapen en nog wat verder laden ze een andere boot met visnetten en isomobakken.
Aan de overkant zie je een school. Vanop het terras kijk je neer op de speeltijd. Merkwaardig hoe overal ter wereld middelbare scholieren zich al pratend heen en weer bewegen in een soort mierengangen op speelplaatsen, slenterend in colonnes. Je ziet meer als je wacht. En er worden meer foto’s genomen, je zou zeggen: om de tijd te doden, maar je denkt dat het net omgekeerd is. Je neemt foto’s om de tijd wat vast te leggen, om hem bij te houden. Je leest wat. Je frummelt aan een loshangend touwtje van je rugzak. Je praat een beetje over iets wat je niets zou kunnen noemen. Dan is het busje daar.
Je rijdt een uurtje naar Louga, daar ga naar de plek die je al kent. Er is wifi. Meteen klappen computers open als een zwerm pelikanenvleugels die hier in de buurt een reservaat hebben. Er is omelet en anderhalf uur later ook nog een lekkere schotel, Kari, zo heet ie, de schotel.
Dan vertrek je weer. Overal, bij elk stadje of grensovergang van een regio, een kanton of wat dan ook, staan politieagenten die vergunningen en toelatingen en papieren en taksen controleren. Het gaat meestal goed. Dan niet meer. De chauffeur verdwijnt met de politieagent en gaat 50 meter verderop staan discussiëren. Af en toe staat de politieman recht om nog een ander voertuig te controleren , gevolgd door onze chauffeur. We staan bij een ijzersmederij aan een kruispunt en de vrouwen van het dorp bieden ons clementines, citroenen en pinda’s aan. En nog es. En nog es. Elke tien minuten of zo doet er wel weer een een poging, terwijl de chauffeur blijft palaveren.
We wachten, denk ik. Er rijdt tijd voorbij in grote camions, in kleine wagens zonder duidelijke carrosserie, in rookwalmen en in stofwolken, hoog opgestapeld of volgestouwd. Na een uur komt de chauffeur uiteindelijk terug. Het gebrek aan een papiertje heeft hem 1000 CFA gekost (1,5 euro) en ons een uurtje voorbijrijdende sightseeing.
Bij het binnenrijden van Dakar wacht ons de files van Rufisque, een bottleneck sinds jaar en dag. Filerijden is ook een vorm van wachten. Ik heb nog geen verklaring waarom het ons hier beter afgaat. Misschien omdat iedereen het doet, omdat tijd hier een andere betekenis heeft en omdat wachten gewoon een omschrijving is van hoe we de tijd beleven.